Certificaat UitreikenWat je uitreikt na een training

StartSoorten bewijs

Deelnamebewijs, certificaat of diploma: het verschil

Drie documenten die door elkaar worden gehaald, terwijl ze een verschillende status hebben. Wie wat mag uitgeven en waar het misgaat.

2 maart 2026  ·  4 minuten lezen

Aan het eind van een training wordt iets uitgereikt. Op dat papier staat vaak "certificaat", soms "diploma" en af en toe "bewijs van deelname". In de praktijk kiezen aanbieders die woorden op gevoel. Dat is jammer, want de drie betekenen iets anders en één ervan mag je niet zomaar gebruiken.

Het deelnamebewijs

Een bewijs van deelname legt vast dat iemand aanwezig was. Meer niet. Er is niets beoordeeld, er is geen toets gemaakt, er is geen opdracht nagekeken. Je verklaart als aanbieder dat deze persoon op deze datum bij deze bijeenkomst was.

Iedereen mag zo'n bewijs afgeven. Je hebt er geen erkenning, geen keurmerk en geen toestemming voor nodig. Precies daarom zegt het weinig over wat iemand kan. Dat is geen bezwaar zolang je het ook zo noemt. Een deelnamebewijs is het eerlijke document voor een kennissessie, een inspiratiedag of een training waarin je niet toetst.

Waar het misgaat: het woord "certificaat" boven een document waarin niets is beoordeeld. Dat gebeurt vaak. Het maakt het papier niet meer waard. Het maakt de aanbieder alleen minder betrouwbaar zodra iemand doorvraagt.

Het certificaat

Een certificaat hoort te betekenen dat er iets is beoordeeld. Er was een toets, een opdracht, een proeve of een praktijkbeoordeling. De deelnemer heeft die gehaald. Het certificaat verklaart dat resultaat.

Ook een certificaat mag iedere aanbieder uitgeven. Er is geen wet die zegt wie het woord "certificaat" mag gebruiken. Dat betekent dus ook dat het woord op zichzelf niets bewijst. De waarde komt ergens anders vandaan: van de toets die eronder ligt, van het reglement waarin staat hoe die toets wordt afgenomen en van de reputatie van de partij die tekent. Meer daarover staat in wat is een certificaat eigenlijk waard.

Er zijn uitzonderingen waarin een certificaat wél een vastgelegde status heeft. Het mbo-certificaat is daar een voorbeeld van: het ministerie van OCW stelt vast aan welk beroepsgericht onderdeel of keuzedeel zo'n certificaat verbonden is. Erkende onderwijsinstellingen geven het af. Voor risicovol werk bestaan daarnaast wettelijk verplichte certificaten van vakbekwaamheid, bijvoorbeeld voor asbestverwijdering en duikarbeid. Die worden afgegeven door certificerende instellingen die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarvoor heeft aangewezen. Zie het Arboportaal over certificatie.

Buiten dat soort gevallen is een certificaat een verklaring van de aanbieder. Dat is prima, zolang je niet doet alsof het meer is.

Het diploma

Hier ligt de grens. Een diploma hoort bij een opleiding die door de overheid is erkend, met een vastgesteld programma, een examenreglement en een examencommissie.

Wil een particuliere instelling mbo-diploma's afgeven, dan moet zij diploma-erkenning aanvragen bij DUO. Zonder die erkenning mag je voor die opleiding geen diploma's uitreiken. Voor het hoger onderwijs loopt het via graadverlening bij DUO en accreditatie door de NVAO. Dat staat beschreven op Ondernemersplein.

Daar komt bij dat de namen hogeschool en universiteit beschermd zijn, net als de graden associate degree, bachelor, master en doctor. Alleen instellingen met accreditatie van de NVAO of een buitenlandse wettelijke accreditatie mogen die graden verlenen. De Inspectie van het Onderwijs houdt daar toezicht op en kan bij overtreding een boete opleggen. De Rijksoverheid legt dat uit onder bescherming namen en graden hoger onderwijs.

Kortom: als je die erkenning niet hebt, reik je geen diploma uit. Ook niet "in de geest van", ook niet als de deelnemer erom vraagt, ook niet als het mooier staat op de website. Meer daarover in wanneer je een diploma mag uitreiken.

Waarom het onderscheid ertoe doet

Twee redenen.

De eerste is juridisch. Beweren dat je opleiding door een instelling is erkend of goedgekeurd terwijl dat niet zo is, staat op de zwarte lijst van misleidende handelspraktijken in artikel 6:193g van het Burgerlijk Wetboek. Zulke uitingen zijn onder alle omstandigheden misleidend. Er komt geen weging aan te pas.

De tweede is praktisch. Deelnemers nemen jouw papier mee naar een werkgever, een opdrachtgever of een register. Daar wordt gekeken wat er staat en wie het heeft afgegeven. Een document dat meer belooft dan het waarmaakt, valt daar door de mand. Dan zit niet alleen de deelnemer met het probleem, maar ook jij. Bij programma's die deels online lopen komt daar de vraag bij hoe je de beoordeling zelf inricht en daarover gaat toetsen en bewijs van deelname bij digitaal aanbod.

Een simpele vuistregel

Stel jezelf één vraag: heb ik iets beoordeeld en heb ik daar erkenning voor?

  • Niets beoordeeld: bewijs van deelname.
  • Wel beoordeeld, geen erkenning: certificaat, met een heldere omschrijving van wat is getoetst.
  • Wel beoordeeld, wel erkenning: volg de aanduiding die de regelgeving voorschrijft.

Wat er vervolgens op het document moet staan, hangt van die keuze af. Dat staat in wat er op een certificaat moet staan. De keuzehulp loopt het met je door.

Vindplaatsen

  1. Ondernemersplein over registratie en erkenning van een particuliere mbo- of hbo-instelling
  2. Rijksoverheid over de bescherming van namen en graden in het hoger onderwijs
  3. Arboportaal over certificatie en de Arbowet
  4. DUO over het diplomaregister

Bronnen geraadpleegd op 6 september 2026. Regelgeving en voorwaarden van beroepsverenigingen veranderen. Controleer de actuele tekst bij de bron zelf.

Vragen over je eigen situatie

Deze site geeft geen juridisch advies. Gaat het om punten, registratie of erkenning, leg je vraag dan voor aan de partij die het papier straks moet accepteren: de beroepsvereniging, de opdrachtgever of de toezichthouder.

Meer over soorten bewijs